Modelvliegen .... een prachtige hobby

Puma landing

Als ik wil beginnen met modelvliegen,
hoe pak ik dat het beste aan ?

Deze pagina is ontworpen door Frans Hoppenbrouwer van de modelvliegclub "Ikarus" en is in de originele vorm  te vinden op

http://www.hoppenbrouwer-home.nl/ikarus/beginnerhtm

Veel gestelde vragen en de antwoorden :

Is modelvliegen moeilijk ? Is modelbouwen moeilijk ?
Hoe oud moet je minstens zijn ? Met welk model kan ik het beste beginnen ?
Welke radiobesturing moet ik nemen ? Bij welke stuurknuppels horen welke roerbewegingen ?
Welke motor moet ik nemen ? Kan ik zonder hulp leren vliegen ?
Wat kost het allemaal ? Moet ik lid worden worden van een club ?
Hoe zit het met verzekeringen ? Toegestane zendfrequenties

Kijk ook eens bij de KNVvL beginnerspagina!

Deze pagina is gedeeltelijk overgenomen van Frans Hoppenbrouwer van de Modelvliegclub IKARUS

Email-adres: ikarus@hoppenbrouwer.home.nl

            







Is modelvliegen moeilijk ?

Alle begin is moeilijk, maar ook modelvliegen is goed onder de knie te krijgen. De Goudse Modelvliegclub heeft op alle vliegdagen een instructeur op het veld, die de beginners kan helpen. Sommigen doen er uiteindelijk een seizoen over, anderen leren in enkele weken vliegen. Een radiografisch bestuurd modelvliegtuig is goed vergelijkbaar met een normaal vliegtuig. Het wordt bestuurd met beweegbare roeren in de vleugels en de staart. Bekijk het hier bijgevoegde plaatje maar eens goed en onthoud de benamingen. Een motor-beginnersmodel heeft drie bestuurbare onderdelen: het richtingroer (meestal gekoppeld aan het neuswiel), hoogteroer en gasregeling van de motor. Ailerons komen meestal pas in het volgende model aan de beurt. Bekende stabiele beginnerskisten zijn de hoogdekkers (vleugels hoog op de romp), zoals de CHARTER, TAXI of WESTERLY. De spanwijdte van de hoofdvleugel ligt in de buurt van de 1,5 meter.
Leren vliegen met een zwever wordt door de een gemakkelijker en door de ander iets moeilijker gevonden. Vooral als het model opgetrokken wordt door een lier of elastiek kunnen er problemen ontstaan. Hulp van een ervaren piloot is dan geen overbodige luxe. Kies om te leren zweefvliegen een model met een spanwijdte van 2 á 2,5 meter. De GENTLE LADY van Goldberg is hiervoor zeer geschikt.

Terug naar de vragen ....




Is modelbouwen moeilijk ?

Vliegtuigmodelbouw is niet eenvoudig. Het is dan ook verstandig om eerst je licht op te steken bij een modelvliegclub of modelbouwzaak. Een bouwdoos van een degelijke beginnerskist, zoals de CHARTER, TAXI of WESTERLY is echter gemaakt voor de beginnende bouwer en met een beetje handigheid en geduld kom je vrijwel altijd tot een bevredigend resultaat.

Terug naar de vragen ....




Hoe oud moet je minstens zijn ?

Bij de Goudse Modelvliegclub geldt in principe geen minimum leeftijdgrens. Wij adviseren echter pas vanaf ongeveer 12 jaar te beginnen. Dit is een geschikte leeftijd gebleken, omdat vanaf deze leeftijd de nodige verfijnde coördinatie aanwezig is. Uitzonderingen komen natuurlijk ook voor.
Bij het motorvliegen komt ook het risico van de draaiende propellor om de hoek kijken. Een minimum leeftijd is daarom al snel gewenst, ofschoon dat geen garantie is voor oplettendheid!
Een maximum leeftijd ben ik nog nooit tegen gekomen....

Terug naar de vragen ....




Met welk model kan ik het beste beginnen ?

Er is een breed scala aan beginners-"kisten". Een paar uitgangspunten hebben ze gemeen:
- de motorkisten zijn vrijwel allemaal houtbouw (gemakkelijk te repareren bij schade),
- de spanwijdte ligt rond de 1,5 meter,
- de motor (tweetakt) heeft een cilinderinhoud van 3,5 á 5 cc,
- het zal een hoogdekker zijn (vleugels hoog aan de romp), omdat die een grote eigenstabiliteit hebben,
- de besturing is beperkt tot richting, hoog/laag en gasregeling.
Bouwdozen, die aan deze voorwaarden voldoen, zijn bijv. de CHARTER, TAXI en WESTERLY. Informeer maar eens bij een plaatselijke modelvliegclub of modelbouwzaak. Waarschuwing: begin nooit met één van die fraaie schaalmodellen. Het zijn beslist geen beginnerskisten en zullen je de lol aan het modelvliegen drastisch "de grond in boren". Bewaar ze voor later, als je het modelvliegen onder de knie hebt gekregen. Dan pas zul je er volop van kunnen genieten.
Sommigen beginnen liever met een zwever. Ook voor deze categorie geldt: begin met een eenvoudige zwever, liefst in houtbouw. Kies de spanwijdte niet te klein, 2,5 meter is een goed uitgangspunt. Een hulpmotor van 1,5 cc is dan voldoende. Denk je aan het optrekken met een lier of elastiek, zorg dan voor wat ervaren hulp.
Een goede beginnerszwever is bijv. de GENTLE LADY van Goldberg.

Terug naar de vragen ....




Welke radiobesturing moet ik nemen ?

Er is tegenwoordig een enorm aanbod in radiografische besturingen. Neem een set met minstens 4 kanalen, die eventueel is uit te breiden. Let op de kwaliteit van de stuurknuppels: deze moeten soepel bewegen en geen speling in de neutraal-stand hebben.
Zeer belangrijk zijn de de accu's. Deze dienen gepuntlast te zijn. Vliegen met losse cellen in een houdertje is vragen om moeilijkheden.
De zender moet (door de PTT) "type-goedgekeurd" zijn. Dat is herkenbaar aan een sticker of opdruk op de zender. Een zendvergunning is in Nederland niet meer nodig, dus aan het in bezit hebben van een zender zijn geen kosten verbonden.
Vraag je handelaar om apparatuur in de 35 MHz- of 40 MHz-band , aangezien de 27 MHz verouderd en (mogelijk) storingsgevoeliger is. Op de 30 MHz-band is geen apparatuur verkrijgbaar, deze frequentieband is bedoeld voor zelfbouwzenders, dus voor beginners niet intressant. Voor de toegestane frequenties kun je elders op deze pagina terecht.
Een computerzender is niet noodzakelijk voor het modelvliegen, maar kan later handig zijn, omdat je instellingen op kunt slaan in het geheugen, zoals servo-draairichting van een aantal modellen. De instellingen zelf zijn digitaal in te geven. Ook het type ontvanger PPM of PCM.

Terug naar de vragen ....




Bij welke stuurknuppels horen welke roerbewegingen ?

Het is belangrijk, dat iedereen de besturing op dezelfde knuppels heeft staan, zodat je de zender zo van iemand kunt overnemen en verder vliegt. Daarom zijn er afspraken gemaakt bij welke knuppels welke roerbewegingen horen. Daarvoor neem je de zender in de hand en gaat daarmee achter het model staan.
Als je de rechter stuurknuppel naar rechts beweegt moet het richtingsroer ook naar rechts bewegen, eventueel tesamen met het bestuurbaar neuswiel. Het model beweegt zich hierdoor naar rechts.
Als je diezelfde rechter stuurknuppel naar links beweegt moet ook het richtingsroer naar links bewegen.
Diezelfde rechter stuurknuppel kan ook naar voren bewogen worden (van je af dus) en dan moet het gas naar stationair gaan. Naar je toe is volgas. Het is bovendien handig om de trim bij de gasregeling standaard helemaal naar je toe te zetten, zodat als je stationair draait slechts het naar voren schuiven van de trim de motor laat afslaan (het laatste spleetje luchttoevoer in de carburateur moet zich dan sluiten).
Zender Opgelet ! Bij veel modelvliegclubs is ook de "omgekeerde" gasregeling gebruikelijk, dus "stationair" van je af en "volgas" naar je toe. Stem de instelling af op de club waar je gaat vliegen.
Met de linker stuurknuppel sturen we voorlopig alleen hoog en laag. Beweeg je de stuurknuppel naar voren (van je af) dan moet het hoogteroer naar beneden bewegen. Het vliegtuig duikt hierdoor naar beneden (down). Naar je toe is "up". Het hoogteroer beweegt zich dan omhoog.
Als je later (met je volgende model) met ailerons (of ook wel rolroeren genoemd) gaat vliegen komen deze op de plaats van het richting roer (rechter stuurknuppel) en verhuist het richtingroer naar de linkerstuurknuppel. Dat lijkt onlogisch, maar is in de praktijk noodzakelijk gebleken, omdat je vanaf dat moment je bochten maakt met ailerons en nog maar zelden met richtingroer zult vliegen (hooguit bij het opstijgen en/of landen).

Terug naar de vragen ....




Welke motor moet ik nemen ?

Een TAXI, CHARTER of WESTERLY vliegt prima met een 4 cc motor. Deze zijn verkrijgbaar met of zonder kogellagers. Met kogellagers is een stuk duurder maar het vermogen is hoger en de carburateur is meestal beter dan bij motoren met bronzen lagers. Ik ben er geen voorstander van om meteen een grote motor (6,5 cc) te nemen die ook op het volgende model gebruikt kan worden. De bedoeling hier achter is om een motor uit te sparen. Maar een grote motor is veel duurder, gebruikt veel meer brandstof en het vliegen is moeilijker te leren. Beter is het een goede 4 cc motor aan te schaffen en die ook voor het volgende model te gebruiken, bijvoorbeeld een ailerontrainer. De FREEDOM 20 van Goldberg is een goede en complete ailerontrainer voor een motor van 3,5 tot 5 cc. Maar er is meer keus in deze klasse. Laat je goed voorlichten door je handelaar.

Terug naar de vragen ....




Kan ik zonder hulp leren vliegen ?

Er zijn er, die het gelukt is, maar zij horen tot de grote uitzonderingen en vaak heeft het dan vele modellen gekost. Verstandiger is het om lid te worden van een modelvliegclub en daar gebruik te maken van de instructeurs.
Er zijn op het terrein van de GMVC altijd een of meer istrukteurs aanwezig om te helpen.
De meesten krijgen binnen één seizoen het modelvliegen onder de knie. Regelmatig op het veld komen en veel oefenen hoort daar dan wel bij.

Terug naar de vragen ....




Wat kost het allemaal ?

De eerste aanschaf voor een hobby is altijd een hele hap ineens. Gelukkig schaf je de meeste zaken voor een langere periode aan en kun je de besturing en de motor ook voor latere modellen gebruiken. Ter indicatie toch maar eens een optelsommetje:

Een 4-kanaals radioset, incl. accu's en 3 servo's minimaal:
(Alvast investeren voor de toekomst met meer kanalen t.b.v.
intrekbaar landingsgestel, parachutist afwerpen, luchtfoto's
maken, brengt je bij besturingen tussen de € 350,- en € 1000,-)
300,-
Een acculaadapparaat voor zender- en ontvangeraccu: 30,-
Een beginnersvliegtuig, zoals de Taxi, Charter of Westerly: 60,-
Bespanfolie, bijv. Oracover à f 15,-/m, 62 cm breed: 20,-
Een 4 cc tweetaktmotor (incl. demper en gloeiplug): 150,-
Een 2 volt startaccu met startklem en startvinger: 20,-
Klein materiaal, diversen:
(bestuurbaar neuswiel, wielen, brandstoftankje, flacon,
scharnieren, roerhoorntjes, stuurstangen, e.d.)
100,-
______
Totaal: € 680,-

Natuurlijk hoef je niet alles nieuw te kopen, hoewel dat wel veiliger is. Koop je tweedehands, neem dan iemand mee, die er verstand van heeft. Voor vragen kun je natuurlijk ook altijd bij clubleden van Goudse Modelvliegclub terecht.
Startbox: Sommigen willen er graag ook meteen een startbox bij hebben, waarin wat meer handige hulpmiddelen zitten dan het minimale beginnersmaterieel.
Zo'n box kan bevatten: een 12 V startmotor, een 12 V loodaccu, een gloeiplugmodulator, een electrisch brandstofpompje, een kleine jerrycan brandstof, opberglades voor klein gereedschap en reserve-onderdelen.
Er zijn complete startboxen te koop voor € 250,-. Leuker en goedkoper is het om ze zelf te maken. Kijk eens goed rond op de modelvliegvelden en vraag de eigenaar naar de details. De handigheidjes van een ander hoef je dan niet meer zelf te bedenken!

Terug naar de vragen ....




Moet ik lid worden van een club ?

Ja, uiteindelijk is dat onvermijdelijk, maar tevens het meest praktisch. Modelvliegclubs hebben namelijk meestal een vlieglocatie, waar het vliegen is toegestaan. Het "zomaar" ergens vliegen heeft risico's. Bovendien moet je toestemming hebben van zowel de grondeigenaar als ook van de gemeente.
In het begin van je modelvlieghobby kun je ook vaak volstaan met informatieve contacten. De meeste clubs eisen niet dat je direct lid wordt, maar helpen je alvast op weg met adviezen. Op het moment, dat je het eerste model wilt laten invliegen, is het verstandig ook clublid te worden, en zodoende volop kunt meeprofiteren van de voorzieningen van de modelvliegclub.

Terug naar de vragen ....




Hoe zit het met verzekeringen ?

De meeste WA-verzekeringen hebben modelvliegen in de polis zitten ( 2.500.000,- dekking), maar vraag dat wel goed na. Het bestuur van de Goudse Modelvliegclub verlangt van elk lid jaarlijks een verklaring dat men afdoende verzekerd is. Elk lid moet derhalve een Verzekerings- verklaring invullen.
Als je lid bent van de KNVvL (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart), afdeling Modelvliegsport, heb je geen persoonlijke WA-verzekering voor modelvliegen nodig, omdat die al automatisch opgenomen is in het KNVvL-lidmaatschap.

Terug naar de vragen ....



RC-model Beschikbare zender-frequenties


In Nederland zijn de 27, 30, 35 en 40 Mhz band toegestaan voor modelvliegen. De 35 MHz band is inmiddels weer alleen bestemd voor modelvliegtuigen en het is dan ook verstandig deze band bij voorkeur te gebruiken.
De 27 MHz was de eerste vrijgegeven radiobesturingsband, maar wordt inmiddels nog maar weinig gebruikt i.v.m. vermoede storingsgevoeligheid (de "bakkies" zitten ook op de 27 MHz band), hoewel ik daar zelf nooit last van heb gehad.
De 30 MHz band heb ik nog nooit aangetroffen in radiobesturingssets en ik vraag me af of ze ooit geproduceerd zijn.

OPGELET: Er zijn in de 35 MHz band een aantal kanalen bijgekomen met een kanaalnummer, die ook al in de 40 MHz band voorkomen of kunnen voorkomen (bijv. in het buitenland). De oplossing om ze toch te onderscheiden is gevonden door er het cijfer 2 voor te zetten.
Het betreft de kanalen 260 (35.000), 281 (35.210) en 282 (35.220).

OPGELET:
de kanalen 70 (35.100), 75 (35.150) en 80 (35.200) zijn inmiddels TOEGESTAAN !

OPGELET: de 2,4 GHz band is nu ook bij de GMVC TOEGESTAAN !

2.4 GHz band 27 MHz band 30 MHz band 35 MHz band 40 MHz band
VOLLEDIG TOEGESTAAN

Geen kanaalnummers van toepassing

 

KanaalFrequentie
426.995
927.045
1427.095
1927.145
2427.195
3027.255
KanaalFrequentie
3830.085
3930.095
4030.105
4130.115
4830.185
4930.195
KanaalFrequentie
260 35.000
61 35.010
62 35.020
63 35.030
64 35.040
65 35.050
66 35.060
67 35.070
68 35.080
69 35.090
70 35.100
71 35.110
72 35.120
73 35.130
74 35.140
75 35.150
76 35.160
77 35.170
78 35.180
79 35.190
80 35.200
281 35.210
282 35.220
KanaalFrequentie
50 40.665
51 40.675
52 40.685
53 40.695
54 40.715
55 40.725
56 40.735
57 40.765
58 40.775
59 40.785
81 40.815
82 40.825
83 40.835
84 40.865
85 40.875
86 40.885
87 40.915
88 40.925
89 40.935
90 40.965
91 40.975
92 40.985

De bovenstaande tabel is conform de nieuwe regulering voor radiofrequenties, zoals die vermeld staat in de Staatscourant van juni 2002.
Opgemerkt dient nog te worden, dat de 40 MHz band niet meer exclusief voor RC toepassingen is bestemd: ook draadloze babyfoons worden nu gebruikt op kanaal 50 t/m 53. Voor vliegtuigen heeft dat al tot storingen geleid. Omdat bij RC vliegtuigen de afstand tussen zender en ontvanger groter is, kan dat ook gemakkelijker gebeuren.
We willen modelvliegers, die de 40 MHz band gebruiken, adviseren om geleidelijk over te schakelen op de 35 MHz band en geen nieuwe zenders in de 40 MHz band aan te schaffen voor vliegende modellen.

Inmiddels is ook de 2,4 GHz-band in Nederland toegestaan voor radiobestuurde modellen. Dit besturingssysteem maakt geen gebruik van vaste kanalen, maar scant zelf automatisch de vrije kanalen en gebruikt die vervolgens. Uitgebreide testen hebben een absoluut storingsvrij functioneren aangetoond en zijn dus ook voor het modelvliegen aan te bevelen.