Modelvliegen .... een prachtige hobby
![]() |
|
Deze pagina is ontworpen door Frans Hoppenbrouwer van de modelvliegclub "Ikarus" en is in de originele vorm te vinden op
http://www.hoppenbrouwer-home.nl/ikarus/beginnerhtm
Veel gestelde vragen en de antwoorden :
Kijk ook eens bij de KNVvL beginnerspagina!
Deze pagina is gedeeltelijk overgenomen van Frans Hoppenbrouwer van
de Modelvliegclub IKARUS
Email-adres: ikarus@hoppenbrouwer.home.nl
Alle begin is moeilijk, maar ook modelvliegen is goed onder de knie te
krijgen. De Goudse Modelvliegclub heeft op alle vliegdagen een instructeur op het veld,
die de beginners kan helpen. Sommigen doen er uiteindelijk een seizoen over, anderen leren
in enkele weken vliegen. Een radiografisch bestuurd modelvliegtuig is goed vergelijkbaar
met een normaal vliegtuig. Het wordt bestuurd met beweegbare roeren in de vleugels en de
staart. Bekijk het hier bijgevoegde plaatje maar eens goed en onthoud de benamingen. Een
motor-beginnersmodel heeft drie bestuurbare onderdelen: het richtingroer (meestal
gekoppeld aan het neuswiel), hoogteroer en gasregeling van de motor. Ailerons komen
meestal pas in het volgende model aan de beurt. Bekende stabiele beginnerskisten zijn de
hoogdekkers (vleugels hoog op de romp), zoals de CHARTER, TAXI of WESTERLY. De spanwijdte
van de hoofdvleugel ligt in de buurt van de 1,5 meter.
Leren vliegen met een
zwever wordt door de een gemakkelijker en door de ander iets moeilijker gevonden. Vooral
als het model opgetrokken wordt door een lier of elastiek kunnen er problemen ontstaan.
Hulp van een ervaren piloot is dan geen overbodige luxe. Kies om te leren zweefvliegen een
model met een spanwijdte van 2 á 2,5 meter. De GENTLE LADY van Goldberg is hiervoor zeer
geschikt.
Vliegtuigmodelbouw is niet eenvoudig. Het is dan ook verstandig om eerst
je licht op te steken bij een modelvliegclub of modelbouwzaak. Een bouwdoos van een
degelijke beginnerskist, zoals de CHARTER, TAXI of WESTERLY is echter gemaakt voor de
beginnende bouwer en met een beetje handigheid en geduld kom je vrijwel altijd tot een
bevredigend resultaat.
Hoe oud moet je minstens zijn ?
Bij de Goudse Modelvliegclub geldt in principe geen minimum leeftijdgrens.
Wij adviseren echter pas vanaf ongeveer 12 jaar te beginnen. Dit is een geschikte leeftijd
gebleken, omdat vanaf deze leeftijd de nodige verfijnde coördinatie aanwezig is.
Uitzonderingen komen natuurlijk ook voor.
Bij het motorvliegen komt ook het risico van de draaiende propellor om de hoek kijken. Een
minimum leeftijd is daarom al snel gewenst, ofschoon dat geen garantie is voor
oplettendheid!
Een maximum leeftijd ben ik nog nooit tegen gekomen....
Met welk model kan ik het beste beginnen ?
Er is een breed scala aan beginners-"kisten". Een paar
uitgangspunten hebben ze gemeen:
- de motorkisten zijn vrijwel allemaal houtbouw (gemakkelijk te repareren bij schade),
- de spanwijdte ligt rond de 1,5 meter,
- de motor (tweetakt) heeft een cilinderinhoud van 3,5 á 5 cc,
- het zal een hoogdekker zijn (vleugels hoog aan de romp), omdat die een grote
eigenstabiliteit hebben,
- de besturing is beperkt tot richting, hoog/laag en gasregeling.
Bouwdozen, die aan deze voorwaarden voldoen, zijn bijv. de CHARTER, TAXI en WESTERLY.
Informeer maar eens bij een plaatselijke modelvliegclub of modelbouwzaak. Waarschuwing: begin nooit met één van die fraaie schaalmodellen.
Het zijn beslist geen beginnerskisten en zullen je de lol aan het modelvliegen drastisch
"de grond in boren". Bewaar ze voor later, als je het modelvliegen onder de knie
hebt gekregen. Dan pas zul je er volop van kunnen genieten.
Sommigen beginnen liever met een zwever. Ook voor deze categorie geldt: begin met een
eenvoudige zwever, liefst in houtbouw. Kies de spanwijdte niet te klein, 2,5 meter is een
goed uitgangspunt. Een hulpmotor van 1,5 cc is dan voldoende. Denk je aan het optrekken
met een lier of elastiek, zorg dan voor wat ervaren hulp.
Een goede beginnerszwever is bijv. de GENTLE LADY van Goldberg.
Welke radiobesturing moet ik nemen ?
Er is tegenwoordig een enorm aanbod in radiografische besturingen. Neem
een set met minstens 4 kanalen, die eventueel is uit te breiden. Let op de kwaliteit van
de stuurknuppels: deze moeten soepel bewegen en geen speling in de neutraal-stand hebben.
Zeer belangrijk zijn de de accu's. Deze dienen gepuntlast te zijn. Vliegen met losse
cellen in een houdertje is vragen om moeilijkheden.
De zender moet (door de PTT) "type-goedgekeurd" zijn. Dat is herkenbaar aan een
sticker of opdruk op de zender. Een zendvergunning is in Nederland niet meer nodig, dus
aan het in bezit hebben van een zender zijn geen kosten verbonden.
Vraag je handelaar om apparatuur in de 35 MHz- of 40 MHz-band , aangezien de 27 MHz
verouderd en (mogelijk) storingsgevoeliger is. Op de 30 MHz-band is geen apparatuur
verkrijgbaar, deze frequentieband is bedoeld voor zelfbouwzenders, dus voor beginners niet
intressant. Voor de toegestane frequenties kun je elders op deze pagina
terecht.
Een computerzender is niet noodzakelijk voor het modelvliegen, maar kan later handig zijn,
omdat je instellingen op kunt slaan in het geheugen, zoals servo-draairichting van een
aantal modellen. De instellingen zelf zijn digitaal in te geven. Ook het type ontvanger
PPM of PCM.
Bij welke stuurknuppels horen welke
roerbewegingen ?
Het is belangrijk, dat iedereen de besturing op dezelfde knuppels heeft
staan, zodat je de zender zo van iemand kunt overnemen en verder vliegt. Daarom zijn er
afspraken gemaakt bij welke knuppels welke roerbewegingen horen. Daarvoor neem je de
zender in de hand en gaat daarmee achter het model staan.
Als je de rechter stuurknuppel naar rechts beweegt moet het richtingsroer ook naar rechts
bewegen, eventueel tesamen met het bestuurbaar neuswiel. Het model beweegt zich hierdoor
naar rechts.
Als je diezelfde rechter stuurknuppel naar links beweegt moet ook het richtingsroer naar
links bewegen.
Diezelfde rechter stuurknuppel kan ook naar voren bewogen worden (van je af dus) en dan
moet het gas naar stationair gaan. Naar je toe is volgas. Het is bovendien handig om de
trim bij de gasregeling standaard helemaal naar je toe te zetten, zodat als je stationair
draait slechts het naar voren schuiven van de trim de motor laat afslaan (het laatste
spleetje luchttoevoer in de carburateur moet zich dan sluiten).
Opgelet ! Bij veel modelvliegclubs is ook de
"omgekeerde" gasregeling gebruikelijk, dus "stationair" van je af en
"volgas" naar je toe. Stem de instelling af op de club waar je gaat vliegen.
Met de linker stuurknuppel sturen we voorlopig alleen hoog en laag. Beweeg je de
stuurknuppel naar voren (van je af) dan moet het hoogteroer naar beneden bewegen. Het
vliegtuig duikt hierdoor naar beneden (down). Naar je toe is "up". Het
hoogteroer beweegt zich dan omhoog.
Als je later (met je volgende model) met ailerons (of ook wel rolroeren genoemd) gaat
vliegen komen deze op de plaats van het richting roer (rechter stuurknuppel) en verhuist
het richtingroer naar de linkerstuurknuppel. Dat lijkt onlogisch, maar is in de praktijk
noodzakelijk gebleken, omdat je vanaf dat moment je bochten maakt met ailerons en nog maar
zelden met richtingroer zult vliegen (hooguit bij het opstijgen en/of landen).
Een TAXI, CHARTER of WESTERLY vliegt prima met een 4 cc motor. Deze zijn
verkrijgbaar met of zonder kogellagers. Met kogellagers is een stuk duurder maar het
vermogen is hoger en de carburateur is meestal beter dan bij motoren met bronzen lagers.
Ik ben er geen voorstander van om meteen een grote motor (6,5 cc) te nemen die ook op het
volgende model gebruikt kan worden. De bedoeling hier achter is om een motor uit te
sparen. Maar een grote motor is veel duurder, gebruikt veel meer brandstof en het vliegen
is moeilijker te leren. Beter is het een goede 4 cc motor aan te schaffen en die ook voor
het volgende model te gebruiken, bijvoorbeeld een ailerontrainer. De FREEDOM 20 van
Goldberg is een goede en complete ailerontrainer voor een motor van 3,5 tot 5 cc. Maar er
is meer keus in deze klasse. Laat je goed voorlichten door je handelaar.
Kan ik zonder hulp leren vliegen ?
Er zijn er, die het gelukt is, maar zij horen tot de grote uitzonderingen
en vaak heeft het dan vele modellen gekost. Verstandiger is het om lid te worden van een
modelvliegclub en daar gebruik te maken van de instructeurs.
Er zijn op het terrein van de GMVC altijd een of meer istrukteurs aanwezig om te helpen.
De meesten krijgen binnen één seizoen het modelvliegen onder de knie. Regelmatig op het
veld komen en veel oefenen hoort daar dan wel bij.
De eerste aanschaf voor een hobby is altijd een hele hap ineens. Gelukkig
schaf je de meeste zaken voor een langere periode aan en kun je de besturing en de motor
ook voor latere modellen gebruiken. Ter indicatie toch maar eens een optelsommetje:
| Een 4-kanaals radioset, incl. accu's en 3 servo's minimaal: (Alvast investeren voor de toekomst met meer kanalen t.b.v. intrekbaar landingsgestel, parachutist afwerpen, luchtfoto's maken, brengt je bij besturingen tussen de € 350,- en € 1000,-) |
300,- |
| Een acculaadapparaat voor zender- en ontvangeraccu: | 30,- |
| Een beginnersvliegtuig, zoals de Taxi, Charter of Westerly: | 60,- |
| Bespanfolie, bijv. Oracover à f 15,-/m, 62 cm breed: | 20,- |
| Een 4 cc tweetaktmotor (incl. demper en gloeiplug): | 150,- |
| Een 2 volt startaccu met startklem en startvinger: | 20,- |
| Klein materiaal, diversen: (bestuurbaar neuswiel, wielen, brandstoftankje, flacon, scharnieren, roerhoorntjes, stuurstangen, e.d.) |
100,- |
| ______ | |
| Totaal: | € 680,- |
Natuurlijk hoef je niet alles nieuw te kopen, hoewel dat wel veiliger is.
Koop je tweedehands, neem dan iemand mee, die er verstand van heeft. Voor vragen kun je
natuurlijk ook altijd bij clubleden van Goudse Modelvliegclub terecht.
Startbox: Sommigen willen er graag ook meteen een
startbox bij hebben, waarin wat meer handige hulpmiddelen zitten dan het minimale
beginnersmaterieel.
Zo'n box kan bevatten: een 12 V startmotor, een 12 V loodaccu, een gloeiplugmodulator, een
electrisch brandstofpompje, een kleine jerrycan brandstof, opberglades voor klein
gereedschap en reserve-onderdelen.
Er zijn complete startboxen te koop voor € 250,-. Leuker en goedkoper is het om ze zelf te
maken. Kijk eens goed rond op de modelvliegvelden en vraag de eigenaar naar de details. De
handigheidjes van een ander hoef je dan niet meer zelf te bedenken!
Moet ik lid worden van een club ?
Ja, uiteindelijk is dat onvermijdelijk, maar tevens het meest praktisch.
Modelvliegclubs hebben namelijk meestal een vlieglocatie, waar het vliegen is toegestaan.
Het "zomaar" ergens vliegen heeft risico's. Bovendien moet je toestemming hebben
van zowel de grondeigenaar als ook van de gemeente.
In het begin van je modelvlieghobby kun je ook vaak volstaan met informatieve contacten.
De meeste clubs eisen niet dat je direct lid wordt, maar helpen je alvast op weg met
adviezen. Op het moment, dat je het eerste model wilt laten invliegen, is het verstandig
ook clublid te worden, en zodoende volop kunt meeprofiteren van de voorzieningen van de
modelvliegclub.
Hoe zit het met verzekeringen ?
De meeste WA-verzekeringen hebben
modelvliegen in de polis zitten (€
2.500.000,- dekking), maar vraag dat wel goed na. Het
bestuur van de Goudse Modelvliegclub verlangt van elk lid jaarlijks een verklaring dat men
afdoende verzekerd is. Elk lid moet derhalve een Verzekerings- verklaring invullen.
Als je lid bent van de KNVvL (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart),
afdeling Modelvliegsport, heb je geen persoonlijke WA-verzekering voor modelvliegen nodig,
omdat die al automatisch opgenomen is in het KNVvL-lidmaatschap.
Beschikbare zender-frequentiesOPGELET: Er zijn in de 35 MHz band een aantal kanalen bijgekomen met een kanaalnummer, die ook al in de 40 MHz band voorkomen of kunnen voorkomen (bijv. in het buitenland). De oplossing om ze toch te onderscheiden is gevonden door er het cijfer 2 voor te zetten.
Het betreft de kanalen 260 (35.000), 281 (35.210) en 282 (35.220).
OPGELET: de kanalen 70 (35.100), 75 (35.150) en 80 (35.200) zijn inmiddels
TOEGESTAAN !
OPGELET: de 2,4 GHz band is nu
ook bij de GMVC TOEGESTAAN !
| 2.4 GHz band | 27 MHz band | 30 MHz band | 35 MHz band | 40 MHz band | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VOLLEDIG TOEGESTAAN
Geen kanaalnummers van toepassing
|
|
|
|
|
De bovenstaande tabel is conform de nieuwe
regulering voor radiofrequenties, zoals die vermeld staat in de
Staatscourant van juni 2002.
Opgemerkt dient nog te worden, dat de 40 MHz band niet meer exclusief voor RC
toepassingen is bestemd: ook draadloze babyfoons worden nu gebruikt op kanaal 50
t/m 53. Voor vliegtuigen heeft dat al tot storingen geleid. Omdat bij RC
vliegtuigen de afstand tussen zender en ontvanger groter is, kan dat ook
gemakkelijker gebeuren.
We willen modelvliegers, die de 40 MHz band gebruiken, adviseren om geleidelijk
over te schakelen op de 35 MHz band en geen nieuwe zenders in de 40 MHz band aan
te schaffen voor vliegende modellen.
Inmiddels is ook de 2,4 GHz-band in Nederland toegestaan voor
radiobestuurde modellen. Dit besturingssysteem maakt geen gebruik van vaste
kanalen, maar scant zelf automatisch de vrije kanalen en gebruikt die
vervolgens. Uitgebreide testen hebben een absoluut storingsvrij functioneren
aangetoond en zijn dus ook voor het modelvliegen aan te bevelen.